Overuren en belastingvoordeel: nieuwe grenzen
Het interprofessioneel akkoord voerde voor de werknemers een
belastingvermindering in van 24,75% op de overwerktoeslag voor de uren die zij
tijdens het belastbaar tijdperk presteerden als overwerk. Aanvankelijk was het
aantal overuren waarop de belastingvermindering van toepassing was, beperkt tot
65 uren, maar dat werden er al gauw 130.
De werkgever van zijn kant kreeg een vrijstelling van de verplichting tot
doorstorting aan de Schatkist van een deel van de bedrijfsvoorheffing.
Aanvankelijk bedroeg die vrijstelling 24,75% van het brutobedrag van de
bezoldigingen dat als berekeningsgrondslag diende voor de berekening van de
overwerktoeslag. Maar de regering trok die vrijstelling verder op tot:
32,19% voor een gepresteerd uur waarop een wettelijke overwerktoeslag van 20%
van toepassing is (vooral gericht op de horeca-sector), en.
41,25% voor een gepresteerd uur waarop een wettelijke overwerktoeslag van 50% of
100% van toepassing is (in de meeste andere gevallen).
Vervolgens werd het aantal uren verder opgetrokken in 2 sectoren:.
In de horecasector mocht men tot 360 uren gaan. Tenminste, als de werkgever een witte kassa had geïnstalleerd.
In de bouwsector kon men tot 180 uren gaan. Voorwaarde was (en is nog steeds)
dat de werkgever gebruik maakt van een elektronisch
aanwezigheidsregistratiesysteem..
2019 - 2020
De jobsdeal een wet van 2019 verhoogde de gewone grens van 130 uren naar
180 voor de aanslagjaren 2020 en 2021; de twee andere systemen (van 180 en 360
uren) bleven verder bestaan. Het ging om een tijdelijke verhoging, die in
principe ten einde kwam op 31 december 2020 (dat is op het einde van aanslagjaar
2021).
2021
Vanaf 1 januari 2021 viel men dus terug op het oude systeem. Dat is:
360 overuren in de horeca
180 overuren in de bouw, en.
130 overuren voor alle andere sectoren.
In het interprofessioneel akkoord van juni 2021 werd echter beslist om de grens
opnieuw op 180 overuren te leggen voor de andere sectoren (niet: horeca en
bouw). De uitbreiding zou opnieuw tijdelijk zijn, namelijk enkel voor zover de
bijkomende overuren gepresteerd werden of nog worden in de periode van 1 juli
2021 tot en met 30 juni 2023. Maar het duurde tot midden december eer die
uitbreiding in een wet werd gegoten..
De algemene grens van 130 overuren bedraagt dus nu opnieuw 180 overuren voor de
aanslagjaren 2022, 2023 en 2024..
Wat aanslagjaar 2022 betreft, gaat de verhoging van 130 naar 180 overuren maar in vanaf 1 juli 2021.
Wat aanslagjaar 2024 betreft, geldt de verhoging van 130 naar 180 overuren maar
tot en met 30 juni 2023..
Dit betekent concreet dat als een werknemer in de eerste helft van 2021 al 200
overuren presteerde (waarvan 130 met belastingvermindering), hij in de tweede
helft van 2021 geen belastingvermindering meer kan krijgen omdat de grens in de
eerste helft van het jaar al was overschreden.
In 2023 geldt de belastingvermindering en de vrijstelling van doorstorting voor de
extra 50 overuren ook maar als die allemaal in de eerste helft van 2023
gepresteerd worden. Stel dat er in de eerste jaarhelft 100 overuren gepresteerd
worden en in de tweede jaarhelft ook nog eens 100 overuren, dan geldt er maar
een belastingvermindering voor 130 overuren: namelijk voor de 100 overuren van
de eerste jaarhelft en maximum nog 30 voor de tweede jaarhelft, wanneer het
plafond terug naar 130 is gezakt.
Bouw en wegenwerken
Zoals hoger vermeld, ligt de grens voor de belastingvermindering en de. vrijstelling van doorstorting in de bouwsector permanent op 180 overuren. In het
sociaal akkoord, en dus ook in de wet van eind december 2021, werd die grens
opgetrokken tot 220 overuren.
De grens werd zelfs nog verder opgetrokken tot 280 uren voor werknemers tewerkgesteld bij werkgevers die hoofdzakelijk wegenwerken uitvoeren, met uitsluiting van het aanleggen van ondergrondse leidingen en kabels, of spoorwegwerken en voor wie de overheid oplegt om in het weekend, op feestdagen of 's nachts te werken.
Maar
geen van beide verhogingen is al in werking getreden. De inwerkingtreding
hangt af van de goedkeuring door de Europese Commissie.
Aanscherping van de voorwaarden?
Het Rekenhof liet zich in de loop van 2021 nogal negatief uit over de impact van
de doorstortingsvrijstelling. De kostprijs van deze maatregel is hoog en het
rendement ervan is moeilijk te meten. Als reactie heeft de minister van
Financiën al laten verstaan dat hij de vrijstellingen zal laten doorlichten...